En toen gebeurde het..!

9 november 2021

Laatst was ik bij een Stadsdebat in een middelgrote stad met als onderwerp: de veranderende stad die groeit en wat daarbij gewenst is. Er is een ambitie in deze stad om 1/3 woningen aan de voorraad toe te voegen. Bepaald geen sinecure. De tendens van de avond was dat woningbouw vooral gericht moet zijn op kwaliteit. En toen gebeurde het: iemand in de zaal zei dat we die aantallen maar los moeten laten…

De architecten van KAW vertelden een mooi verhaal over binnenstedelijke inbreidingskansen. Die – in hun ogen – met accent op de mogelijkheden in de huidige woongebieden plaats moet vinden. Zij denken dat dat de snellere locaties zijn. Corporaties staan dan vooral aan de lat.

Marco te Brömmelstroet, de Fietsprofessor, liet ons zien dat woordgebruik belangrijk is in de discussie over stedelijke ontwikkeling. Want voor je het weet zit je in het (doorstromings)profiel vanuit de techniek en krijg je wat je altijd al had. Verfrissend woordgebruik kan een ander perspectief bieden. Dat je bijvoorbeeld kunt streven naar ‘Genieten van onderweg zijn’ in plaats van ‘Snel op de bestemming willen zijn.’ Het is een denkwijze die uitnodigt tot een andere invullingen.

Twee (andere) stedenbouwkundigen vertelden dat het uiteindelijk gaat om de vraag hoe mensen met plezier van de ruimte gebruik gaan maken. Hoe de gebouwde omgeving uiteindelijk natuurlijk geen doel op zich is, maar slechts een omgeving is voor mensen om die te gebruiken en zich lekker te voelen. Dat je de kwaliteit van een (openbare) omgeving af kunt meten aan het gebruik door de mensen.

Ik ben het met dat alles wel eens. Hoewel het wel wat jeukte bij de vraag of we in de bestaande woonomgeving écht wel voldoende woningen kunnen bouwen om voor zovéél woningzoekenden een dak boven het hoofd te maken.

Via mentimeters werd het gevoelen in de zaal gepeild. De kwaliteit van de nieuwe wijken die we gaan bouwen werd heel belangrijk gevonden. Alle ‘woordwolken’ gingen die kant op. Ik voegde nog een woord toe dat we ook voldoende huizen moeten bouwen, maar dat raakte ondergesneeuwd. Klein zinnetje in de wolk.

En toen gebeurde het: iemand in de zaal zei dat we die aantallen maar los moeten laten. De kwaliteit was belangrijker. En als we snel willen, dan is er onvoldoende gelegenheid om echt goede wijken te maken. Ik vroeg me af: ‘Is dat echt zo? Kan het niet beide? Goede kwaliteit, maar ook de aantallen?’

Foto: H. Passchier

De voorzitter vroeg of er nog iemand een laatste vraag of opmerking had. Ze keek me aan en zei: ‘Martin, je kijkt wat moeilijk. Heb je iets met ons te delen?’ Wat goed dat ze dat vroeg. Ik antwoordde: ‘Ik vind veel mooie aanknopingspunten in de kwaliteitsdiscussie vanavond. Maar ik denk ook aan mijn dochter die momenteel op haar 21e haar studio van 40 m² aan het inruimen is. Dat zij na een lange zoektocht eindelijk een huisje gevonden heeft. Maar daarvoor wel de helft van haar verpleegkundigen salaris moet betalen. Er zijn zoveel mensen die nu geen dak boven hun hoofd hebben. Wat mij betreft gaat de aantallendiscussie vanavond  wat te gemakkelijk overboord…’

Ik kreeg een applausje, en na afloop kwam een jeugdig raadslid naar me toe en zei dat hij blij was met mijn opmerking aan het einde. Hij is zo’n twintiger, die net als zijn vriendin nog thuis woont. ‘Het gaat best hoor, de ouders van mijn vriendin wonen vrij ruim.’

Maar eigenlijk zou hij zó graag zijn eigen woning hebben. Net als nog zo’n 700.000 mensen in Nederland die zoeken, maar niet vinden.

Martin Bosch

Meest gelezen

© Woningmakers Nederland | Webdesign en realisatie 2021: Kobalt Digital